Trombose

Wat is trombose?

TromboseWat is trombose? Dat ons bloed kan stollen is meestal heel nuttig. Als u door een wondje bloed verliest, zorgt bloedstolling ervoor dat het bloeden ophoudt. Maar soms stolt ons bloed zomaar, zonder dat er sprake is van bloedverlies.

Artsen spreken dan van een trombose. Trombose is gevaarlijk omdat het de bloeddoorstroming belemmert. Ook kan een stolsel losschieten van de bloedvatwand en door de bloedstroom worden meegevoerd.

Zo’n losgeschoten stolsel heet een embolie en kan verderop in de bloedsomloop een bloedvat geheel of gedeeltelijk afsluiten (zie verder).

Dit kan leiden tot allerlei ernstige ziektebeelden zoals een longembolie, herseninfarct of hartinfarct. Trombose ontstaat dus doordat in uw lichaam op het verkeerde moment en op de verkeerde plaats bloedstolling plaatsvindt.

Nooit meer naar de prikpost toe ? Klik hier!

Bloedsomloop

Ons hart pompt het bloed door een uitgebreid stelsel van bloedvaten; de slagaderen en aderen. Dit noemen we de bloedsomloop. Om te kunnen begrijpen welke problemen een trombose kan veroorzaken is het goed om iets meer te weten van de bloedsomloop.

In de bloedsomloop vervoeren de slagaderen (arteriën) zuurstofrijk bloed vol met voedingsstoffen vanuit de linkerkamer van het hart naar de rest van ons lichaam. De slagaderen vertakken zich in steeds kleinere vaten en uiteindelijk tot haarvaten.

Deze vaatjes staan via het bloed zuurstof en voedingsstoffen af aan de omliggende weefsels. Op zijn weg terug neemt het bloed afvalstoffen en koolzuurgas mee. Via de aderen (venen) stroomt dit bloed daarna naar de rechterkamer van het hart terug.

Om weer zuurstof te kunnen opnemen wordt het bloed vanuit de rechterhartkamer via de longslagaderen door de longen gepompt. Is de zuurstof daar opgenomen, dan bereikt het zuurstofrijke bloed via de longaderen weer de linkerkamer van het hart. Hierna begint dit proces weer opnieuw.

In welke bloedvaten kan trombose optreden?

Een trombose kan zowel optreden in aderen als in slagaderen. Als een bloedstolsel in de diepgelegen aderen zit noemen we dat diep veneuze trombose. Zit het stolsel in de slagaderen dan heet dat arteriële trombose.

Wat is trombose?

Het komt voor dat een stolsel of een gedeelte van een stolsel losraakt, wordt meegevoerd in de bloedstroom en verderop in een ader of slagader een afsluiting veroorzaakt. Op dat moment spreken artsen van een embolie.

Infarcten, diep veneuze trombose en embolie

Er kunnen verschillende ziektebeelden ontstaan door trombose. Een bloedprop in de slagaderen (arteriële trombose) zorgt ervoor dat het weefsel of het orgaan achter het stolsel niet voldoende of geen zuurstof krijgt. Als dit weefsel ook nog via andere slagaderen zuurstofrijk bloed krijgt, vallen de gevolgen soms mee.

Maar is dit niet het geval en lost het stolsel niet tijdig genoeg op, dan sterft het weefsel achter de trombose af. Dit komt doordat het weefsel geen zuurstof meer krijgt. Artsen spreken dan van een infarct. Voorbeelden van een infarct zijn een hartinfarct en een herseninfarct.

Er kunnen verschillende ziektebeelden ontstaan door trombose. Een bloedprop in de slagaderen (arteriële trombose) zorgt ervoor dat het weefsel of het orgaan achter het stolsel niet voldoende of geen zuurstof krijgt. Als dit weefsel ook nog via andere slagaderen zuurstofrijk bloed krijgt, vallen de gevolgen soms mee.

Maar is dit niet het geval en lost het stolsel niet tijdig genoeg op, dan sterft het weefsel achter de trombose af. Dit komt doordat het weefsel geen zuurstof meer krijgt. Artsen spreken dan van een infarct. Voorbeelden van een infarct zijn een hartinfarct en een herseninfarct.

Hartinfarct

Een hartinfarct ontstaat door een verstopping van één of meer kransslagaderen. Dit zijn de slagaderen die in een krans om het hart heen lopen. Een gedeelte van de hartspier sterft dan af. Na genezing blijft een litteken op de hartspier over.

Herseninfarct

Een herseninfarct ontstaat als een trombose de toevoer van bloed naar de hersenen afsluit. Afhankelijk van de grootte van het stolsel en de plaats van de afsluiting kunnen bij iemand met een herseninfarct verschillende verschijnselen optreden, zoals bewusteloosheid, verlammingen en spraakstoornissen.

Trombosebeen

TrombosebeenEen voorbeeld van een trombose in de aderen (diep veneuze trombose) is een trombosebeen. Vanuit zo’n trombosebeen kan een longembolie ontstaan.

Dit gebeurt als een gedeelte van het bloedstolsel in het been losraakt en wordt meegevoerd met de bloedstroom. Dit stolsel loopt dan vervolgens vast in de bloedvaten van de longen.

Op dat moment is er sprake van een longembolie. Hierdoor kan er in een deel van de long geen zuurstof worden opgenomen, kan er longweefsel afsterven en kan het hart moeite krijgen om voldoende bloed van de longslagader naar de linkerkamer van het hart te pompen.

De ernst van een longembolie hangt af van de grootte van het vastgelopen stolsel. Veel mensen weten niet dat een longembolie levensbedreigend kan zijn. Een ander misverstand is dat een stolsel in de longvaten zou kunnen doorschieten naar de hersenen of het hart. Dit is gezien de bloedsomloop niet mogelijk. Een longembolie kan dus niet uitmonden in een hartinfarct of herseninfarct.

 

Trombose zelfmeten? Klik hier!